Wanneer fossiele brandstoffen worden verbrand, komen er steevast schadelijke stoffen vrij. Zaak is om hier verstandig mee om te springen en ernaar te streven zoveel mogelijk rendement te halen uit zo weinig mogelijk brandstof. Door ook aan nabehandeling van de uitlaatgassen te doen, blijft de schade letterlijk en figuurlijk beperkt. Bij de nieuwste dieselmotoren is de vervuiling dan ook gering.
Lager verbruik, lagere CO2-afgifteEen dieselmotor is een schoolvoorbeeld van efficiënt emissiemanagement. Moderne dieselmotoren zijn niet enkel krachtig en leuk om mee te rijden, ze verbruiken ook minder dan hun benzinebroers. Hierdoor produceren ze ook minder CO2. In tijden van het oplaaiende Kyoto-debat, is dit een niet te onderschatten troef. Naast CO2 zitten er ook nog andere stoffen in de uitstoot van een dieselmotor. De voornaamste stoffen zijn NOx of stikstofoxiden en roetuitstoot. Voor beide emissies bestaan er nabehandelingssystemen, die de uitlaatgassen schoonmaken.
Euro 5De Europese Unie voorziet al enkele jaren standaarden ten aanzien van maximum emissies voor vervuilende stoffen zoals NOX, CO2 en roetuitstoot bij nieuwe wagens. In 1992 werd de eerste norm ingevoerd (Euro 1) en sindsdien zijn deze normen alleen maar strenger geworden. In 2009 ging de Euro 5 norm van kracht. Door de invoering van deze norm wordt een roetfilter verplicht op nieuwe dieselwagens vanaf modeljaar 2010, gezien een wagen met een roetfilter maximum 0,005 g roet per km uitstoot. De eerste lijnen werden ook al uitgetekend voor nog strengere emissie-normen (Euro 6) die in 2014 van kracht zouden gaan.
Diesel is een vrij vettige, olieachtige brandstof. Bij de verbranding ervan, komen roetdeeltjes vrij. Naarmate de inspuitdruk stijgt, bijvoorbeeld bij common-rail en pompverstuivers, wordt de brandstof fijner verneveld en worden de roetdeeltjes kleiner. Omdat dit fijne stof vaak blijft rondvliegen, is het zaak om het met behulp van de roetfilter, op te vangen. De roetfilter slaat deze deeltjes op, en gaat deze, bij verzadiging, zelf regenereren of herverbranden.
Afhankelijk van de producent zijn er verschillende systemen voor nabehandeling. Meestal laat men de verbrandingstemperatuur stijgen via een post-inspuiting. Op die manier verhoogt ook de temperatuur van de uitlaatgassen en brandt het roet in de filter op. Een tweede werkwijze is het toevoegen van een additief om zo de naverbranding op gang te brengen.
Katalysator neutraliseert NOx-uitstoot
Omdat nagenoeg alle dieselmotoren vandaag over een turbo beschikken, zitten er ook stikstofoxiden in de uitstoot. Deze verbinding ontstaat wanneer je een verbranding hebt met een luchtoverschot (eigen aan een turbo). Door de turbotechnologie kan de bestuurder op een arm mengsel van veel lucht en weinig brandstof rijden, maar er ontstaan NOx-en die je door een NOx-katalysator kan omzetten in niet-giftige stikstof en in water.

CO2 emissies van nieuw geregistreerde personenwagens
