Diepvriezers van Bosch
Diepvriesproducten worden een onderdeel van het dagelijks leven
Het hele jaar door, zowel in de zomer als in de winter, kunnen beschikken over voedsel lijkt vandaag heel vanzelfsprekend. Voor eerdere generaties was dat echter bijna ondenkbaar. Pas in de vorige eeuw zorgde koeltechnologie voor een fundamentele verandering in de manier waarop voedsel werd bewaard en geconsumeerd. Bosch speelde hierin een belangrijke rol met de introductie van zijn eerste diepvriezer in 1956.
Aardbeien eten in de winter of diepgevroren groenten uit je tuin gebruiken maakt vandaag deel uit van het dagelijkse leven. Vroeger waren de mogelijkheden om voedsel te bewaren echter beperkt: fruit werd verwerkt tot confituur, groenten werden gefermenteerd en vlees werd gepekeld of gerookt.
De komst van koeltechnologie maakte een nieuwe vorm van voedselbewaring mogelijk, waardoor voedingsmiddelen langer vers en smaakvol bleven. Al in 1933 bracht Bosch een elektrische koelkast op de markt. Dit eerste model beschikte over een klein vriesvak voor ijsblokjes, een eerste stap richting het invriezen van voedsel thuis. In 1956 zette Bosch een belangrijke mijlpaal met de lancering van zijn eerste diepvriezer.
Diepvriezers veroveren geleidelijk de markt
Tijdens de Internationale Huishoud- en IJzerwarenbeurs (Internationale Eisenwarenmesse) in Keulen in 1956 stelde Bosch zijn eerste diepvriezer voor: de 130 TK . Met een inhoud van 130 liter kon het toestel temperaturen bereiken van -18 °C , voldoende om vlees, vis, groenten, fruit en bakwaren gedurende meerdere maanden te bewaren.
Amper een jaar later bracht het bedrijf een model op de markt dat bijna dubbel zo groot was. Ondanks deze vooruitgang bleef de diepvriezer aanvankelijk een luxegoed. Met een prijs van 1.195 Duitse mark (ongeveer 610€) kostte hij bijna twee keer zoveel als een Bosch-koelkast.
Krachtigere compressoren, betere isolatie en de nog relatief beperkte productievolumes verklaarden deze hoge prijs, waardoor diepvriezers aanzienlijk duurder waren dan koelkasten.
Door de hoge verkoopprijs konden veel gezinnen zich geen eigen diepvriezer veroorloven. Daarom ontstonden in tal van dorpen zogenaamde gemeenschappelijke diepvriesinstallaties. Gezinnen huurden er een afsluitbaar vak waarin ze vlees van eigen slachtingen, en groenten en fruit uit hun tuin konden bewaren.
Voor het bereiden van de zondagse braadschotel volstond het dus niet om naar de kelder te gaan. Men trok met zijn sleutel naar het plaatselijke diepvriesgebouw om de benodigde voedingsmiddelen op te halen.
Met de economische groei van de jaren 1950 en 1960 veranderde de situatie aanzienlijk. Dankzij de stijgende koopkracht en grotere woningen konden steeds meer gezinnen zich een diepvriezer veroorloven. Tegelijkertijd breidde Bosch zijn productgamma voortdurend uit, met onder meer inbouwkoelkasten met ruime vriesvakken, de eerste vrijstaande diepvriezers en later compacte tafelmodellen.
Deze diversificatie droeg bij aan de doorbraak van thuis diepvriezen en maakte van de diepvriezer een alledaags huishoudtoestel.
Van luxeproduct tot dagelijkse hulp
In de jaren 1970 kenden diepvriezers een echte doorbraak. Ze stonden hoog op het verlanglijstje van veel gezinnen, meteen na een auto en woninginrichting. Deze sterke vraag was het gevolg van drie belangrijke ontwikkelingen: de toenemende populariteit van diepvriesproducten, het steeds ruimere aanbod in supermarkten en het groeiende aantal vrouwen dat actief werd op de arbeidsmarkt.
Diepvriezen maakte het dagelijks leven veel eenvoudiger doordat meer boodschappen in een keer konden gedaan worden en het aanleggen van voedselvoorraden mogelijk werden. Bovendien bleek deze bewaarmethode goed voor voedingsmiddelen: ze konden maandenlang worden bewaard terwijl smaak, textuur en een groot deel van de voedingsstoffen werden behouden.
Tegen de jaren 1980 beschikten ongeveer zeven op de tien Duitse huishoudens over een diepvriezer.
Het gezicht van Bosch huishoudtoestellen
Gertrud Schmidt
De voordelen van diepvriezers voor het vereenvoudigen van het dagelijks leven waren al lang duidelijk voordat deze toestellen algemeen ingang vonden. Het verhaal van Gertrud Schmidt , een Bosch-medewerkster, vormt daarvan een treffend voorbeeld.
In de jaren 1950 werd zij het gezicht van talrijke Bosch-kookboeken, gebruiksaanwijzingen en reclamecampagnes. Als alleenstaande moeder slaagde zij erin dankzij haar werk als model een extra inkomen te verdienen, waarmee ze haar twee zonen een goede opleiding kon bieden.
Haar levensverhaal symboliseert dat van vele vrouwen die werk en gezin met elkaar moesten combineren. Voor dergelijke huishoudens betekenden diepvriezers een belangrijke ondersteuning: ze boden meer flexibiliteit in de dagelijkse organisatie en maakten het mogelijk om voedsel gedurende langere tijd te bewaren.
Kwaliteit, efficiëntie en verantwoordelijkheid
Terwijl de verkoopcijfers stegen en de exportmarkten zich verder ontwikkelden, bleef Bosch zijn testprocedures voortdurend verfijnen. Een belangrijke mijlpaal werd bereikt in 1972 op de vestiging in Giengen met het gebruik van een Siemens-procescomputer. Voor het eerst werden tests op koelkasten en diepvriezers geanalyseerd met een computer.
Deze nieuwe technologie maakte het mogelijk om metingen te automatiseren, de testcapaciteit te vergroten en controles uit te voeren die veel verder gingen dan de toenmalige eisen van de Duitse industrie. De tests beoordeelden onder meer de hoeveelheid koelmiddel, het energieverbruik, de prestaties bij stroomuitval en het vermogen om een temperatuur van minstens -18 °C te bereiken wanneer het toestel volledig gevuld was en blootgesteld werd aan een omgevingstemperatuur van +32 °C .
Aanvullende warmtetests, uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van 43 °C , simuleerden gebruiksomstandigheden in tropische exportmarkten. Zo werd verzekerd dat de toestellen ook onder extreme klimatologische omstandigheden betrouwbaar bleven functioneren.
De procescomputer speelde daardoor een belangrijke rol bij de verdere verbetering van productontwikkeling, kwaliteitsborging en de internationale concurrentiekracht van Bosch-diepvriezers.
Na de oliecrisissen van de jaren 1970 kwam energieverbruik steeds meer in de belangstelling te staan. Dankzij verbeterde isolatie, efficiëntere compressoren en geoptimaliseerde koelcycli slaagde Bosch erin om het energieverbruik van zijn diepvriezers tussen 1978 en 1985 met 36% te verminderen.
Enkele jaren later kreeg ook milieuvriendelijkheid een steeds grotere rol. Al in 1986 investeerde Bosch in de ontwikkeling van CFC-vrije koeltechnologieën (chloorfluorkoolwaterstoffen). Begin jaren 1990 startte het bedrijf met de grootschalige productie van koelkasten en diepvriezers die gebruikmaakten van deze milieuvriendelijkere technologieën.
Waar efficiëntie en comfort samenkomen
Omdat diepvriezers dag en nacht in werking zijn, is energie-efficiëntie van bijzonder groot belang. In 2012 introduceerde Bosch nieuwe generaties diepvriezers met energielabel A+++ , destijds de hoogste energie-efficiëntieklasse.
Tegelijkertijd werden gebruiksgemak en opslagcapaciteit steeds belangrijker. Dankzij nieuwe flexibele functies maken moderne diepvriezers het bijzonder eenvoudig om uiteenlopende voedingsmiddelen te bewaren. Daarnaast wordt er voortdurend gewerkt aan verdere verlaging van het energieverbruik, onder meer dankzij innovatieve vacuüm-isolatiepanelen en geavanceerde compressoren met variabele snelheid.
Moderne diepvriezers bieden bovendien aanzienlijk meer bruikbare opslagruimte dan vroegere modellen, terwijl hun buitenafmetingen vrijwel gelijk zijn gebleven. De huidige XXL-diepvriezers hebben een capaciteit tot 471 liter , meer dan drieënhalf keer zoveel als de eerste Bosch-diepvriezer die in 1956 werd geïntroduceerd.
Auteur: Carmen Senger